Inkomsten

Polderbelastingen

De polderbelastingen (geschotten) zijn directe belastingen en worden geheven ten behoeve van de polder om haar algemene doelstelling, die van openbaar belang is, te verwezenlijken. De betaling van de belasting kan bijgevolg door de belastingplichtige niet aanzien worden als een tegenprestatie voor de werken uitgevoerd door de polder/watering.

De aanslagvoet wordt vastgesteld per oppervlakte-eenheid (in de praktijk is dit per hectare).

De Ontvanger-griffier is er dan toe gehouden de geschotten te innen. Voor de invordering en vervolging heeft hij dezelfde prerogatieven als de voor de inning van de belastingen ten behoeve van de Staat.

De gewone inkomsten van de Polder bestaan uit:

  1. De polderbelastingen. Zij vertegenwoordigen ongeveer 1/3 van de totale inkomsten
  2. De terugbetalingen op grond van de wet van 28 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen. Artikel 7 van voornoemde wet bepaalt dat de ruimings-, onderhouds-, en herstellingswerken aan de onbevaarbare waterlopen, inclusief de exploitatiekosten voor de pompstations, ten laste van  de Vlaamse Gemeenschap (Pompstations op waterlopen 1e categorie), de Provincie (waterlopen 2e categorie) en de Gemeentebesturen (waterlopen 3e categorie).

Kohier lopend werkjaar

Overeenkomstig art. 68 van de Wet van 3 juni 1957 betreffende de Polders wordt elk jaar door de Algemene Vergadering een belastingkohier vastgesteld. Het bevat de namen van alle belastingplichtigen met vermelding van de belastbare oppervlakte van hun percelen en het bedrag van de te betalen belasting.

Nadat de Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen de belastingsrol uitvoerbaar heeft verklaard, bekomt het bestuur een wettelijke schuldvordering tegenover alle personen die in het kohier zijn ingeschreven.

De belastingen worden over alle ingelanden omgeslagen in verhouding tot de oppervlakte van de kavels waarvan zij eigenaar zijn of het genot hebben krachtens een zakelijk recht. De belasting is verschuldigd door de eigenaar volgens de eigendomstoestand op 1 januari van het belastingjaar.

Alle percelen, ongeacht hun aard of bestemming, bebouwd of onbebouwd, zijn aan de belasting onderhevig. Alleen de oppervlakte is relevant voor het heffen van de belasting.

Wie moet de belastingen betalen?

De belasting is verschuldigd door de “ingelande” volgens de eigendomstoestand op 1 januari van het belastingjaar.

Met ingelande wordt bedoeld de eigenaar of mede-eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter of houder van een recht van opstal van een eigendom gelegen binnen het gebied van de Polder van Maldegem.

Goed om te weten:

  • Rond de jaarwisseling worden de polderbelastingen verstuurd voor het werkjaar 2019.
  • Het kohier van het dienstjaar 2020 werd door de Algemene Vergadering goedgekeurd op basis van een aanslagvoet van 25 euro/ha, op kleine percelen wordt een minimum aanslag geheven van 12,50 euro. Binnen het poldergebied wordt er geen differentiële schaal toegepast.
  • Al de gronden gelegen binnen het ambtsgebied van de Polder van Maldegem zijn onderworpen aan een polderbelasting tenzij ze om één of andere reden zijn vrijgesteld;
  • HET BETREFT DE KADASTRALE TOESTAND OP 1 JANUARI 2020, dus indien de verkoop (akte) na deze datum is geschied, is de belasting (ondeelbaar) nog verschuldigd;
  • De belasting wordt geheven volgens de EIGENDOMSTOESTAND, het kan dus zijn dat je meerdere aanslagbiljetten krijgt op één naam/adres

Uitgaven

De wet op de Polders en Wateringen legt aan de polderbesturen de verplichting op jaarlijks een staat op te maken van de werken die in de loop van het jaar moeten worden uitgevoerd. Deze staat bevat een raming van de uitgaven en maakt een onderscheid tussen de onderhoud- en instandhoudingswerken en de aanleg- en verbeteringswerken.

Gewone onderhoudswerken

het maaien van bodem- en taludvegetatie, ruimingswerken (het ophalen van slib uit de waterlopen), oeverherstelling- en verstevigingswerken, onderhoudswerken aan kunstwerken: onderhoud van sluizen, pompstations, stuwen, schotbalken e.a.

Aanleg- en verbeteringswerken

in sommige gevallen (toenemende urbanisatie, aanleg van bedrijventerreinen en wegen…)  is de bestaande infrastructuur niet in staat om de versnelde waterafvoer en de steeds hogere piekdebieten op te vangen en is een ingrijpende aanpassing van de waterloop en eventueel een herinrichting van de waterhuishouding noodzakelijk zoals de bouw van pompinstallaties, de aanleg van wachtbekkens, enz.

Raming uit te voeren werken

Jaarlijks wordt door de polder een voorlopige raming gemaakt van de uit te voeren werken.
De jaarstaat wordt voorgelegd aan de Deputatie van de Provincie en het gemeentebestuur, zodat deze besturen hun aandeel in de werken zouden kunnen voorzien op hun begroting.